HET PRINCIPE VAN KUNSTSTOF GALVANISEREN
Het galvaniseren van kunststof of ook wel plating on plastic (POP) is een relatief jonge technologie. Pas vanaf ongeveer 1960 is het mogelijk om met dunne neerslagen een hechtende galvanische bedekking van kunststof te vormen.
De gevestigde POP technologie maakt gebruik van de kunststof ABS of mengsels (blends) van ABS en PC. ABS is een zogenaamd co-polymeer van Acrylonitril Butadieën Styreen. Hierin vormt butadieën een aandeel 5 tot 30%, styreen ongeveer 50% en acrylonitril de rest. Butadieën is het materiaal wat vermengt met roet en zwavel rubber vormt. De andere twee stoffen zorgen voor een stevige kunststof.
Het butadieën komt als kleine bolletjes voor, verdeeld door het ABS. Middels een sterk oxiderende vloeistof worden aan de oppervlakte holtes gecreëerd door butadieën uit te etsen. Het overige (harde) materiaal wordt veel langzamer aangetast. Hierdoor lost het niet op maar worden er wel polaire groepen aan de oppervlakte gevormd.
De volgende stap is het aanbrengen van de activator; een edelmetaal dat aan de polaire groepen blijft hangen. Op het fijn verdeelde edelmetaal kan op chemische wijze nikkel worden afgescheiden. Deze nikkelneerslag volgt de oppervlakte van het kunststof en vult ook de uitgebeitste holtes.
Dit nikkellaagje hecht zowel chemisch, op de polaire groepen, als mechanisch in de holtes (drukknoop verbinding).
Om een decoratieve en stevige laag te krijgen worden -na activeren middels een nikkelstrike- galvanisch koper, glansnikkel en chroom aangebracht.
Electronenmicroscopisch beeld gebeitst ABS
De diktes van de lagen zijn ongeveer als volgt:
" Chemisch nikkel: 0,1 - 0,5 µm
" Nikkel strike: 0.5 - 2.0 µm
" Koper: 15 - 25 µm
" Nikkel: 8 - 15 µm
" Chroom: 0,1 - 0,6 µm
De dikte van de galvanische metaallagen hebben een technisch minimum en een economisch maximum.
Dit wil zeggen, indien dunner aangebracht ontstaan kwaliteitsproblemen. Dikkere lagen hebben doorgaans een beperkt technisch voordeel en maken het eindproduct onnodig (te) duur.
Problemen bij POP ontstaan vaak door de keuze van een verkeerde ABS of ABS-PC blend. De grootte of verdeling van de butadieënbolletjes is niet optimaal. Daarnaast kunnen de verwerkingsmethoden van de kunststof tot problemen leiden: spanning in het materiaal, vervorming van de butadieën bolletjes etc.